Als gevolg van de oorlog in Oekraïne zijn veel mensen hun land uit gevlucht. Het aantal Oekraïners dat doorreist naar Nederland zal toenemen. Als (winter)sportsector willen we de vluchtelingen graag een zo goed mogelijk welkom geven. De sport is namelijk bij uitstek een plek om mensen te ontmoeten, plezier te beleven en een plek om traumatische ervaringen voor even te vergeten.
Dat vluchtelingen in Nederland kunnen sporten is niet nieuw. In samenwerking met onder andere gemeenten, het COA, Vluchtelingenwerk Nederland en Stichting Life Goals bieden veel sportclubs vluchtelingen uit verschillende landen al jaren een plek om zich thuis te voelen en om te kunnen werken aan hun fysieke en mentale gezondheid. Nu het aantal vluchtelingen intensiveert neemt ook het aantal initiatieven bij sportbonden, sportclubs en andere sportorganisaties toe.
De opvang van vluchtelingen gebeurt op lokaal niveau en wordt gecoördineerd door gemeenten. Als sportclubs vluchtelingen willen helpen kunnen zij bijvoorbeeld geld of sportattributen inzamelen of steun betuigen voor, tijdens en/of na de wedstrijd. Ook kunnen clubs hun accommodatie beschikbaar stellen of (gratis) sport aanbieden. Het aantal Oekraïense vluchtelingen is fors. Er zal veel hulp nodig zijn. Sportclubs kunnen dus een belangrijke bijdrage leveren.Wil je als sportclub vluchtelingen opnemen en laten meesporten, neem dan de volgende stappen:
Vluchtelingen een warm welkom geven en opnemen op de sportclub is belangrijk. Sport is namelijk een plek waar je welkom bent en je thuis kan voelen. Toch is het essentieel om je te realiseren dat vluchtelingen getraumatiseerd kunnen zijn. Mensen kunnen bij het horen van bepaalde (harde) geluiden, vliegtuigen of sportspecifieke situaties hun trauma herbeleven, compleet blokkeren of in paniek raken. Houd daar als sportclub rekening mee. Luister naar elkaar, praat hierover en help elkaar en neem zo nodig contact op met vluchtelingenwerk of de gemeente.
Meer informatie met betrekking tot de Oekraïnecrisis en de (winter)sportsector is te vinden op de website van NOC*NSF.