Kun je al parallel skiën? Dan zijn er vaak nog kleine dingen waarmee je je techniek rustiger en gemakkelijker kunt maken. Hieronder staan drie fouten die regelmatig voorkomen.
Een bocht wordt lastiger wanneer je hem vooral probeert te maken door je schouders en bovenlichaam te draaien. Je raakt daardoor sneller uit balans en het wordt moeilijker om goed druk op je buitenski op te bouwen. Laat de beweging daarom vooral vanuit je voeten en benen komen. Je bovenlichaam blijft rustig en volgt de beweging. Daardoor kun je je ski’s makkelijker sturen en de kanten beter gebruiken.
Sommige skiërs laten hun hele lichaam tijdens de bocht naar binnen vallen. Daardoor komt er relatief veel gewicht op de binnenski en wordt het lastiger om de buitenski goed te belasten. Probeer je benen naar de binnenkant van de bocht te laten bewegen, terwijl je bovenlichaam beter in balans blijft. Zo ontstaat er ruimte in je enkels, knieën en heupen en kun je makkelijker druk houden op je buitenski.
Wanneer je iedere bocht helemaal afzonderlijk skiet en tussendoor lang dwars over de piste blijft gaan, moet je bij de volgende bocht vaak ineens veel bewegen. Probeer je bochten daarom vloeiend aan elkaar te verbinden. Laat de druk aan het einde van de ene bocht geleidelijk los en begin daarna rustig aan de volgende. Een gelijkmatig ritme zorgt ervoor dat je soepeler en met minder energie skiet.