Wintersport bestaat uit veel verschillende disciplines. Bij sommige draait het vooral om snelheid, bij andere juist om techniek, creativiteit of uithoudingsvermogen. Hieronder lees je wat de belangrijkste verschillen zijn.
Bij alpineskiën draait het in wedstrijden om zo snel mogelijk een parcours af te leggen. Dit kan op de slalom, reuzenslalom, super-G, afdaling, parallelslalom, combirace en alpinecombinatie. In Nederland organiseren we vooral slalomwedstrijden.

In de slalom staan de palen dicht bij elkaar. Daardoor volgen korte en snelle bochten elkaar snel op. Het parcours bestaat uit enkele palen die om de beurt blauw en rood zijn. De palen kunnen in een ritme, maar ook in verschillende combinaties gestoken worden. Op de afbeeldingen hieronder zie je verschillende combinaties.

.png)
.png)

Bij een slalomwedstrijd ski je meestal twee runs. De tijden van beide runs bepalen samen het eindresultaat. Op outdoorbanen in Nederland worden vaak drie runs geskied, waarbij de beste twee resultaten meetellen. Bij slalom draait het vooral om techniek, ritme en snelheid. Omdat de poorten dicht op elkaar staan, moet je veel korte en snelle bochten achter elkaar maken. Wil je leren slalomskiën of je techniek verder verbeteren? Bekijk dan op onze pagina aangesloten wintersportorganisaties voor een wintersportlocatie bij jou in de buurt.


Bij de reuzenslalom staan de poorten verder uit elkaar dan bij een gewone slalom. Daardoor maak je grotere, rondere bochten en ligt de snelheid hoger. Een goede lijn is belangrijk. Je probeert de bochten zo vloeiend mogelijk aan elkaar te verbinden en daarbij zoveel mogelijk snelheid mee te nemen naar de volgende poort. Omdat je harder gaat, zijn balans, controle en timing extra belangrijk.

Ook bij een reuzenslalomwedstrijd ski je twee runs. Voor een reuzenslalomwedstrijd heb je minimaal een piste van tweehonderd meter nodig, Nederlandse reuzenslalomwedstrijd worden daarom voornamelijk in de Oostenrijkse bergen gehouden.


De super-G lijkt op de reuzenslalom, maar de poorten staan nog verder uit elkaar. Hierdoor zijn de bochten groter en kunnen skiërs veel hogere snelheden bereiken. Het parcours bevat vaak ook steile stukken, glooiingen en sprongen. Skiërs moeten daarom niet alleen snel zijn, maar ook goed kunnen inschatten welke lijn ze kiezen. Anders dan bij de afdaling krijgen deelnemers bij de super-G vooraf geen trainingsrun op het volledige parcours.
Poortafstand: ongeveer 30-55 meter
Snelheid: 80-120 km/uur
Combinaties: banaan
Vanaf leeftijd: 12 jaar

De afdaling is het snelste onderdeel van het alpineskiën. Het parcours is lang en bevat grote bochten, steile stukken, vlakke passages en vaak meerdere sprongen. Skiërs proberen zo direct mogelijk naar beneden te skiën en kunnen daarbij zeer hoge snelheden bereiken. Daarom zijn een stabiele houding, een goede lijn en veel controle belangrijk. Voor de wedstrijd mogen de deelnemers het parcours verkennen en één of meerdere trainingsruns doen.
Poortafstand: verschilt per piste
Snelheid: 90-165 km/uur
Vanaf leeftijd: 16 jaar

Bij een parallelslalom skiën twee deelnemers tegelijkertijd naar beneden. Ze starten naast elkaar op twee vrijwel gelijke parcoursen met dezelfde soort poorten en bochten. Omdat beide skiërs tegelijk onderweg zijn, is meteen zichtbaar wie sneller is. Vaak worden meerdere runs geskied waarbij de deelnemers ook van parcours wisselen. De snelste skiër over beide runs gaat door naar de volgende ronde.


Bij een combirace komen verschillende onderdelen van het skiën samen. In één parcours kunnen bijvoorbeeld korte slalombochten, grotere reuzenslalombochten, hobbels en kleine sprongen voorkomen. Hierdoor moet een skiër steeds kunnen omschakelen tussen verschillende technieken. Niet alleen snelheid telt, maar vooral hoe goed je je kunt aanpassen aan wat je op het parcours tegenkomt.

Tot slot heb je ook het onderdeel alpinecombinatie. Bij dit onderdeel wordt één keer een afdaling of super-G run geskied, en één keer een slalomrun. De winnaar is de skiër met de snelste totaaltijd.
Er is nog veel meer informatie te vinden over de wedstrijdsport in Nederland. Kijk daarvoor in het informatieboek wedstrijdskiën. Wil je in Nederland beginnen met skiën? Kijk op Wintersport in Nederland. Of vind een organisatie bij jou in de buurt!
Ook in Nederland kan je wedstrijden skiën! Wil je eerst kijken of wedstrijden skiën jou leuk lijkt? Doe dan met jouw klasgenoten een keer mee aan de NK Schoolteams! Voor alle andere wedstrijden kan je een kijkje in de kalender nemen.

Bij alpinesnowboarden draait het, net als bij alpineskiën, om snelheid en het zo goed mogelijk skiën van een parcours. De snowboarders gebruiken hiervoor speciale raceboards waarmee ze scherpe, gesneden bochten kunnen maken. Bij wedstrijden wordt vaak een parallelslalom of parallelreuzenslalom gereden. Twee snowboarders starten dan tegelijkertijd op twee banen naast elkaar. Wie het parcours het snelst aflegt, wint de race.


Bij freestyle skiën en snowboarden draait het om sprongen, trucs en creativiteit. Freestylers gebruiken bijvoorbeeld jumps, rails en andere obstakels in een funpark. Je begint meestal met eenvoudige bewegingen en bouwt die stap voor stap uit. Naarmate je meer controle krijgt, kun je grotere sprongen maken en verschillende trucs met elkaar combineren.





Er bestaan heel veel verschillende freestyletrucs. Je kunt bijvoorbeeld achteruit skiën of snowboarden, tijdens een sprong je ski of snowboard vastpakken of in de lucht om je eigen as draaien. Veel trucs hebben een eigen naam. Hoe moeilijker de combinatie van draaien, grijpen en landen wordt, hoe meer techniek en controle ervoor nodig zijn.

Ook binnen freestyle bestaan verschillende wedstrijdonderdelen.




Lijk het jou leuk om te beginnen met freestyle skiën of snowboarden? Dan kan je een organisatie in de buurt zoeken om te trainen. In Nederland worden er ook verschillende wedstrijden gehouden voor freestyle skiërs en snowboarders.

Bij skicross en snowboardcross starten meestal vier deelnemers tegelijkertijd. Ze racen over een parcours met bochten, rollers, hobbels en sprongen. Omdat iedereen tegelijk naar beneden gaat, draait het niet alleen om snelheid. Ook de start, de gekozen lijn en het goed inschatten van de andere deelnemers zijn belangrijk. De snelste deelnemers gaan telkens door naar de volgende ronde, totdat uiteindelijk de finale wordt geskied.
Lijk het jou leuk om te beginnen met skicross of snowboardcross? Dan kan je een organisatie in de buurt zoeken om te trainen.

Niet alle wintersporten draaien om zo snel mogelijk van een berg naar beneden gaan. Bij de Noordse disciplines staan andere technieken centraal.



De andere noordse discipline is biatlon. Biatlon is bijna hetzelfde als langlaufen, alleen heb je dan ook een geweer op je rug. Met dat geweer moet je proberen iedere ronde vijf schietschijven om te schieten. Elke keer dat je mist moet je een strafronde langlaufen of krijg je een tijdstraf, dat verschilt per wedstrijd. Daarnaast heb je rondes waarbij je staand moet schieten en rondes waarbij je liggend moet schieten. In Nederland kan je ook langlaufen. Vind een organisatie bij jou in de buurt.
!
Ook skispringen is een noordse discipline. Hierbij spring je van een schans af en vlieg je tientallen meters door de lucht! Het doel is om zo ver mogelijk te springen. Je hebt speciale, hele lange ski’s. Schansspringen in Nederland kan niet. In Duitsland of Oostenrijk kan je wel schansspringen, ook in de zomer.

Bij freeriden ski of snowboard je buiten de geprepareerde piste. Je komt daar verschillende soorten sneeuw en natuurlijk terrein tegen, waardoor iedere afdaling anders is. Buiten de beveiligde pistes zijn er ook extra risico’s, zoals lawines en onverwachte veranderingen in het terrein. Daarom zijn kennis van sneeuw en lawines, de juiste veiligheidsuitrusting en goede voorbereiding belangrijk. Wie hier nog weinig ervaring mee heeft, kan het beste met een gekwalificeerde gids of instructeur op pad gaan. Kijk op onze website voor meer informatie over lawinekunde.

Ook met een lichamelijke of visuele beperking zijn er verschillende mogelijkheden om te skiën en snowboarden. Welk materiaal of welke begeleiding nodig is, verschilt per persoon.





Elk jaar organiseren wij de Para Snow Day om mensen met een beperking skiën en snowboarden in aangepaste vorm te laten ervaren!





