Bochten maken leer je stap voor stap. Begin op een rustige beginnershelling waar je je snelheid goed kunt controleren. Als je al kunt glijden en remmen in een pizzapunt, kun je vanuit die positie je eerste bochten gaan oefenen.
De beweging voor een bocht begint vooral bij je voeten en benen. Probeer je ski’s rustig in de richting te sturen waar je naartoe wilt, terwijl je bovenlichaam ontspannen blijft.
Glijd in een rustige pizzapunt en stuur beide voeten geleidelijk naar links en naar rechts. Zie de voorkant van je pizzapunt als een pijl die aangeeft waar je naartoe gaat.
Probeer de beweging vooral vanuit je voeten en benen te maken. Je bovenlichaam hoeft niet hard mee te draaien. Kijk vooruit en laat je benen onder je lichaam de richting bepalen.
Gaat het sturen goed? Maak je bochten dan steeds wat ronder. Door verder dwars over de helling te sturen, neemt je snelheid vanzelf af. Met een grotere pizzapunt kun je daarnaast extra afremmen.
Tijdens een bocht ontstaat vanzelf meer druk op je buitenste ski. In een bocht naar links is dat je rechter ski en in een bocht naar rechts je linker ski. Je hoeft daarbij niet helemaal op één been te gaan staan. Het gaat erom dat je tijdens de bocht duidelijk meer steun op je buitenski voelt en tussen twee bochten weer makkelijker naar een centrale positie beweegt.
Maak rustige, ronde bochten en probeer te voelen hoe de druk tijdens iedere bocht naar je buitenski verschuift. Blijf daarbij ontspannen in je knieën en kijk waar je naartoe wilt.
Kun je je bochten goed controleren? Varieer dan eens met grote en kleine bochten en verschillende snelheden. Zo leer je steeds beter hoe je met je voeten, benen en gewichtsverdeling je ski’s kunt sturen.