Skischoenen en ski’s voelen in het begin misschien een beetje onhandig. Met een paar eenvoudige technieken wordt het aantrekken, dragen en verplaatsen een stuk makkelijker.
Bekijk de video hieronder voor tips over het aantrekken van je skischoenen:
Trek je skisokken helemaal omhoog en strijk eventuele kreukels glad.
Maak alle sluitingen (schnallen) van de skischoen volledig los.
Open de schacht van de schoen en trek de tong voorzichtig naar voren.
Schuif je voet zo ver mogelijk in de schoen.
Houd de schoen voldoende open zodat je hiel makkelijker naar beneden kan zakken.
Ga indien nodig staan om je gewicht te gebruiken.
Duw je hiel rustig naar beneden totdat deze goed achter in de schoen zit. Lukt dat niet zonder veel kracht? Vraag dan een ouder, leraar of medewerker van de verhuur om hulp.
Sluit eerst de band bovenaan losjes zodat de schoen om je been blijft zitten en je de schnallen makkelijker kan sluiten.
Sluit als eerst de schnallen rond je enkel en onderbeen, ook wel de derde en vierde schnall.
Stel de overige schnallen zo af dat de schoen stevig aansluit zonder je voet af te knellen. Tintelingen, gevoelloze tenen of duidelijke pijn zijn geen teken dat een skischoen ‘lekker strak’ zit.

Stop geen thermobroek of andere dikke kleding in je skischoenen. Alleen je skisok hoort rond je voet en onderbeen in de schoen te zitten. Doe je schnallen aan het begin van de dag niet onnodig strak, je kunt ze later altijd iets aanpassen. Blijft een schoen pijn doen of zit je hiel niet goed vast? Laat de pasvorm dan controleren.
Voor een kort stukje kun je je ski’s bij de bindingen vasthouden. Voor een langer stuk kun je ze, als ze niet te zwaar zijn, samen op je schouder dragen. Houd altijd rekening met de lengte van je ski’s. Draai niet plotseling om en kijk voordat je de ski’s van je schouder haalt of iemand achter of naast je staat. Zo voorkom je dat je iemand met de ski’s raakt.
Soms is het terrein te vlak om vanzelf te glijden. Dan kun je jezelf rustig vooruitbewegen.
Op een vlak stuk terrein kun je jezelf voorzichtig met je skistokken afzetten. Voor iets langere stukken kun je kleine schaatsbewegingen met je ski’s maken, zolang je voldoende ruimte hebt en de techniek beheerst.
Moet je een klein stukje omhoog? Zet je ski’s zoveel mogelijk dwars op de helling en gebruik de kanten voor grip. Maak kleine zijwaartse stapjes en zorg dat je ski’s niet over elkaar heen kruisen.